Trip naar Eastern Visayas (deel 1)

Het is al een hele tijd geweest sinds ik nog voor deze blog geschreven heb, maar daar zijn een paar verschillende redenen voor. Reden 1: Ik ben pokkeziek geweest van midden juni tot midden juli. Geïnfecteerd worden door een amoebe en een maand lang extreme diarree hebben is niet meteen iets waar je wilt over schrijven. Reden 2: Ik had het al moeilijk genoeg om mijn meer professionele stukken te schrijven (over Independence Day of SONA bijvoorbeeld), een kleine writers block heeft zich toch wel voorgedaan want zelfs die stukken hebben mij veel meer moeite gekost dan gewoonlijk. Reden 3: Zoveel spannends gebeurde er eigenlijk niet. Het was een beetje same old, same old. Vergaderen, betogen, vergaderen, betogen, rinse and repeat. In die mate dat ik het fameus beu begon te worden zelfs – verveling is de beste vriend van heimwee, en ja, ik verveelde mij. Zelfs de doortocht van tyfoon Glenda in Manila was amper meer dan ‘lastig’ voor mij persoonlijk, niet eens echt interessant. Een geluk dat er eindelijk iets was om de monotonie te doorbreken: een trip van enkele weken naar Eastern Visayas gevolgd door enkele dagen in Cebu.

Eastern Visayas, bij de meeste Belgen ook wel gekend als ‘Daar waar die tyfoon was vorig jaar’, bestaat uit twee eilanden: Samar en Leyte. Beide zijn redelijk heuvelachtig en de bevolking bestaat voornamelijk uit vissers aan de kust en boeren in het binnenland. Mijn eerste dagen in Tacloban heb ik al beschreven voor G3W in enkele blogs (1, 2, 3) en waren, hoewel het over interessante onderwerpen ging, ook een beetje monotoon. Veel afleiding had ik niet: overdag enkele bezoeken doen, dan ‘s namiddags wat lezen of proberen te schrijven in het elektriciteitsloze office van ACT/People’s Surge, en ‘s avonds eten, wat internetten via de 4g-wifi en vroeg gaan slapen. Op zich zag ik weinig van Tacloban behalve tijdens de bezoeken, en het is ook gewoon geen boeiende stad: een provinciehoofdstad met twee kleine malls, wat winkels, een markt vlak bij de zee, nog wat zichtbare schade,…echt opwindend was het niet buiten de bezoeken.

Gelukkig kon ik na een paar dagen vertrekken. Ik trok naar het stadje Pinabacdao en meer bepaald naar Barangay (te vertalen als dorp of wijk) Magdawat. Het is een boerengemeenschap in Samar, een 10-tal kilometer verwijderd van de grote baan die langs de westkust loopt. Die 10 kilometer is een aarden weg die af en toe doorkruist wordt door riviertjes, en gelukkig had het al 2 weken niet geregend waardoor 2 brommers/scooters ons konden oppikken en we een trektocht van ruim 2 uur in de loden zon bespaard bleven. ‘We’, want ik werd zoals gewoonlijk vergezeld. Ditmaal was Marissa mijn reisgenoot: een jonge vrouw van 28 die sinds tyfoon Yolanda actief is in People’s Surge, de organisatie die ijvert voor rechtvaardigheid in de heropbouw. Brgy Magdawat is haar thuisdorpje en, niet onbelangrijk, de plek waar haar 2 kinderen verblijven. Het was al 3 maanden geleden dat ze nog eens de kans had om terug te keren naar het dorp, en hoewel haar kinderen af en toe naar Tacloban reizen om haar te bezoeken, was het al een hele tijd geleden dat ze elkaar nog gezien hadden.

Het was -eigenlijk- mijn eerste keer dat ik in dit soort barangay terecht kwam. Eerdere exposures waren steeds in iets meer stedelijke gebieden geweest, maar dit is echt wel een geval ‘in the middle of nowhere’. Gedurende de 10km ben je omringd door dikke jungle, rijstvelden of andere velden waar groenten op verbouwd worden. Eenmaal aangekomen zie je het dorpje: een 60-tal huisjes, een kapelletje op een heuvel in het midden van het dorp. Het dorp word omzoomd door een rivier en een creek (een doorlopende zijarm van de rivier). Aan de andere kant van de rivier: steile heuvels. Het dorpje ligt dus in een soort van kom, waardoor het grotendeels gespaard bleef van de natuurkrachten tijdens tyfoon Yolanda. In de 60 huisjes wonen verbazingwekkend veel mensen: het dorpje telt om en bij de 600 inwoners. Zowat 100 van hen zijn jonger dan 12 en zowat elk van die kinderen, in de mate van het mogelijke, heeft iedere minuut van mijn verblijf mij gevolgd en aangestaard. Naar verluidt omdat ik groot en blank ben. Moest het niet overal gebeuren waar ik kom in de Filipijnen, zou ik het vreemd vinden.

Ik kon logeren bij Atty (Grote Zus) Minerva, de zus van Marissa. Haar huisje is redelijk ruim naar de standaarden van het dorpje, maar toch extreem klein naar Belgische norm. Ik kreeg een kamer voor mezelf om in te slapen: zowat 2m op 1,5m. Na het ophangen van mijn muskietennet, het uitrollen van m’n slaapzak op het matje (bedden zijn voor zachte, weke Westerse lichamen, Filipino’s slapen op de grond) en mij in beiden te nestelen, hoor ik gelach uit de andere kamer komen. Mijn voeten die half uit de deuropening steken zijn blijkbaar ontzettend grappig. Heb ik al vermeld dat de Filipijnen niet geschikt zijn voor grote mensen? Een ontzettend korte nacht stond mij te wachten, want om 4u moest ik al opstaan zodat we naar een ander dorpje konden wandelen zonder in de zon te moeten lopen. Midden in de nacht: geritsel buiten mijn raam, en opeens valt er iets zwaar op mijn hoofd. Alle gedachten schieten door mijn hoofd: een slang? Er werd mij eerder verteld over de cobra’s en pythons die hier in de jungle zitten. Een rat? Ik heb er overdag enkele zien wegschieten. Wat kan er nog zoal in dit dorpje rondkruipen in het holst van de nacht? Ik lig stil en zoek een lichtbron. Het beste dat ik kan doen: het schermpje van mijn mp3speler. Niets te zien. Plots voel ik iets langs mijn benen kruipen, tot aan mijn voeten. Ik schop wild (zonder te gillen, want ik probeer toch iets van waardigheid te houden ten aanzien van de lokale bevolking) en hoop dat dat genoeg is om whatever the fuck het is weg te jagen. Ik blijf een minuut stil liggen terwijl mijn hart in overdrive blijft gaan.

“Mraaaaaw” hoor ik plots naast mijn oor. Wie ooit beweerd heeft dat katten elegant zijn, kan ik nu een mooi tegenvoorbeeld geven. Eén van de twee huiskatten (moeder en dochter blijkbaar) heeft me de schrik van m’n leven bezorgd, ja. En welk silhouet zie ik op de vensterbank zitten, achter het gordijn? Juist, moederkat. Die zou iedere nacht doorbrengen op mijn vensterbank, wat me toch een pak geruster maakte over muizen of ratten die me zouden lastigvallen. Wat loopt er nog zo rond in een barangay? Wel, het huisje van Atty Minerva had naast de 2 huiskatten nog een iets minder huiskattige kat, een paar honden waarvan het me niet duidelijk is of ze er echt horen en een hele roedel kippen (een haan, twee hennen waarvan één met een gevolg aan kuikentjes en een stuk of 5 jonge kippetjes) die vrijelijk in de eetkamer (de grootste ruimte van het huis, dat de helft in beslag neemt) in en uit liepen. Buiten was er nog een biggetje vastgeknoopt in de buurt van de Comfort Room (een buitentoilet, Franse stijl in dit geval) en alle beesten die in de nabije huizen wonen. Het dorpje zit vol met deze beesten (katten, honden, kippen, biggetjes) en dan ook nog een paar carabao’s (waterbuffels) en 3 paarden, die deel uitmaken van een landbouwproject dat de NGO SOS opgestart heeft.

Hoe gaat het leven er aan toe in zo’n boerendorpje? De meeste mensen staan op tussen 4 en 5u. De boeren maken zich klaar om naar hun velden te gaan (die soms tot een uur ver van het dorp liggen) en de anderen houden zich bezig met het maken van ontbijt voor de boeren en de rest van de familie. Ik had het geluk één nacht te kunnen uitslapen tot 7u, wanneer de meeste mensen al uit het dorp zijn. De helft van de kinderen gaan naar school om 8u en hebben gedaan om 13u, waarna de andere helft aan de beurt is. De volwassenen die in het dorp blijven zijn meestal huisvrouwen, mensen met een sari-sari store (denk de combinatie van een nachtwinkel en een vending machine) of ouderen. Tijdens de dag komen er af en toe mensen terug van de velden, zodat er een kalm komen en gaan is van mensen. Iedereen kent elkaar en iedereens huis staat open voor iedereen: kinderen lopen binnen en buiten, mensen komen bij elkaar zitten en ja…het leven is eenvoudig. Niet makkelijk, maar wel eenvoudig. Als gast heb ik af en toe een programma (spreken met zowat 1/5e van het dorp over militarisatie, gesprekken met de leerkrachten van het schooltje, interviews met de lokale health workers, en een dagtrip naar een ander barangay maar dat laat vooral veel vrije tijd over. Marissa is uitstekend gezelschap (ook al gelooft ze het zelf niet als ik dat zeg) en een uurtje slapen is zo normaal als iets. Ik krijg zowat 8x per dag eten voor mijn neus gezet (3 grote maaltijden per dag en 2nd breakfast, 2nd lunch, 2nd dinner en tussendoortjes: Filipino’s zijn, jawel, Hobbits), de lucht is smogvrij, het water speciaal voor mij gefilterd, I could get used to this! Note: zorg wel dat je ertegen kan dat ze de levende kip aan je tonen 2u voor je ze opeet.

Tussen het slapen, spreken, eten en rondhangen door is er ook tijd voor andere zaken: ik ga bij een lokale farmer/haircutter voor mijn eerste haircut in 4,5 maanden en ik speel veel met kinderen (hey, zij volgen mij overal, I might as well have fun with it). Zo hebben we een variant op 1-2-3-Piano ontwikkeld die ik de naam ’1-2-3-AARGH LOOP WEG WANT DIE GROTE MAN PROBEERT ONS TE VANGEN’ gegeven heb en die verder geen uitleg nodig heeft. En ‘s avonds (het is donker na 19u gewoon buiten in het gras liggen en kijken naar de sterrenhemel, die zonder lichtvervuiling waanzinnig mooi is!

 

Het was toch met een beetje spijt dat ik dit dorpje achter mij gelaten heb! Op naar een gelijkaardig dorpje in Leyte nu!

Perikelen.

Vandaag mijn visum gaan verlengen. Mijn verblijf was legaal tot 25 juni, dus het was hoog tijd dat ik dit in orde bracht. Op naar het Bureau of Immigration!

Wat je merkt als je daar toekomt: veel loketten. Niet allemaal voor mij natuurlijk. Maar ik heb er toch een vijftal gedaan. Eerst nummer halen aan loket 1. Dan mijn documenten afgeven aan loket twee (Visa Extension Assessment). Daar bleek dat ik veel te veel meehad. Ik had namelijk braafjes de checklist gevolgd die op de site van BI stond. Op naar loket 3: Cashier! Ahja, betalen moet ook gebeuren. Daar bleek dat de kost die op de website stond niet klopte. 1500 peso extra kosten bovenop de voorziene 7000, alsjeblieft! Ik dus naar de bankautomaat…terug naar het loket, betalen en met alle documenten naar loket 4: Visa Extension Recieving! Niet om iets te krijgen natuurlijk. Alles afgeven en dan horen “Wait an hour, please”. Na 45 minuten schuif ik aan in de lijn van loket 5 (Visa Extension Releasing), die toch al stevige proporties aanneemt. Na een kwartier zonder bewegen komt er iemand naar buiten om onze ontvangstbewijzem te nemen. Hij keert terug met een stapel paspoorten, waaronder het mijne! Hoera!

Hahaha. Het is nog niet gedaan, natuurlijk. Nu moet ik nog wachten op mijn I-CARD (Immigrant-card? Geen idee.). Die vanzelfsprekend nog niet klaar is. Ik check ook even mijn visum. Verlengd van 25 juni naar…30 juli. Ondanks dat ik twee maanden aangevraagd had. Ik vraag het even na, maar ja, technisch gezien twee maanden he! Daarvoor heb ik dus 8500 peso, 140 euro, gedokt. Ter vergelijking: mijn 59-dagen visum dat ik in België verkregen heb bij de Filipijnse ambassade, kostte me 27 euro. Ik typte dit stukje terwijl ik wachtte op het kaartje, want er was daar niet veel beters te doen. Plus, ik schrijf goed door als ik kwaad ben. Na 45 minuten wachten krijg ik eindelijk het kaartje.

20140623_051401

Fuck off, Filipino government. Seriously. Niet enkel hiervoor natuurlijk, het is een opeenstapeling van bullshit. Je vraagt je ergens af hoe het mogelijk is dat er zoveel mensen in armoede leven, als de kosten van al dit soort zaken zo hoog ligt…

Ohja. Morgen naar de dokter. Na twee weken buikkrampen, diarree en misselijkheid wordt dat ook wel eens tijd. Kben nog niet verlost van de bullshit dus…

Dingen die rot zijn aan de Filipijnen.

Tis niet allemaal rozengeur en maneschijn hier. Ik besefte dat ik misschien al te lang niet meer deftig geklaagd had en dat ik er lastig van werd. Daarom: een lijst van dingen die rot zijn, beschreven in ronduit onredelijke termen en onrealistische verwachtingen.

De rothitte

Ik heb een rosse huid. Ja, ik ben nog steeds in denial over mijn rosheid. Maar dat is een probleem, want de zon schijnt hier (in deze periode van het jaar) hard genoeg om spek te bakken op de stoep (Niet aangeraden tho. Waarom komt later aan bod). En mijn huid reageert zo ongeveer gelijkaardig. Zwemmen bij volle zon? Tshirt aandoen, best. Gewoon over straat lopen of een betoging bijwonen? Paraplu gebruiken, van schaduw naar schaduw gaan, goed insmeren en hopen dat de zonnebrand een beetje meevalt.

Maar waar niet aan te ontsnappen is, is de hitte. Het is (vooral in Manila) voortdurend te warm. Op sommige dagen is de gevoelstemperatuur, dankzij de luchtvochtigheid, boven de 45° volgens de weerberichtsites. De (in de schaduw gemeten) officiële temperatuur ligt al 2 maand rond de 35°, iedere dag opnieuw. En door de aard van de stad (heel veel beton, wat de warmte absorbeert) blijft het ‘s nachts gewoon snikheet. Geen airco? Pech. Het blijft rond de 30° ‘s nachts (de avond valt rond 18u30) en ‘s ochtends komt de zon om 6u op, waarna het snel te warm wordt in te slapen. Het is behelpen met ventilatoren en de koele plekken van het huis opzoeken, maar soms moet ik echt m’n toevlucht zoeken tot een douche om de twee uur om een beetje op temperatuur te blijven. M’n lichaam staat constant in oververhit-modus, inclusief liters zweten, en dus ook liters drinken om een beetje gehydrateerd te blijven. En van meer dan 6 liter water per dag (wat ik makkelijk haal) begint m’n maag lastig te doen. Topdag op dat gebied was de dag van de eerste Obamabetoging, waar ik uitgerekend heb dat ik rond de 12l water en 3l frisdrank heb gedronken tussen opstaan en gaan slapen. Ik ben een groot en zwaar, maar dat betekent volgens mij nog altijd dat ik een groot percentage van mijn lichaamsgewicht uitzweet en terug aanleng, iets wat niet gezond kan zijn…

Het rotverkeer

Chaos. Te veel wagens voor de infrastructuur die er is. Vuile dieselmotoren die per dag evenveel roet uitstoten als de gemiddelde Belgische wagen, vooral in jeepneys. Constant opstoppingen. En als de mythe ‘hoe groter de wagen, hoe kleiner de piemel’ klopt, dan heeft de middenklasse hier collectief last van micropenissen want ze hebben hier zowat allemaal de grootste SUVs die je je maar kan inbeelden, ondanks dat die dan bestuurd worden door mensen van 1m70 die nooit buiten Manila moeten. In een stad waar een Smart of een kleine Golf in principe het beste voertuig zou moeten zijn, om parkeerplaatsen te vinden en om door het verkeer te snijden, streeft iedereen ernaar om de grootste te hebben. Gevolg? Wegen raken dichtgeslibd, files vormen zich (vaak rond knooppunten of wegenwerken) en je doet uren over simpele verplaatsingen, zowel in Manila als erbuiten. De snelwegen die uit Manila leiden zijn dan ook nog eens geprivatiseerd, waardoor de tol extreem hoog ligt (op 5 jaar verdriedubbeld zelfs) én je constant stil staat aan de tolhuizen.

Maar het probleem is fundamenteler dan de infrastructuur of de wagens. De mensen rijden hier gewoon niet slim. Iedereen trekt hier volle gas op, om dan 15 meter verder vol op de rem te gaan staan. Zo ontstaan files dus, wordt er enorm veel brandstof verbrand en stoot ik mijn hoofd constant tegen het dak van jeepneys. Moesten de mensen hier iets kalmer rijden zou het verkeer volgens mij veel vlotter verlopen, maar neen, iedereen knalt z’n auto in de kleinste openingen en blokkeert zo het verkeer dat wilt afslaan of een U-Turn wilt maken.

De rotbeesten

Voor ik naar hier kwam, had ik het belachelijke idee dat enkel mensen een ‘flight or fight’ instinct hadden. Beesten (katten, spinnen, vogels, etc) lopen toch allemaal weg als je ze confronteert? Niet zo in de Filipijnen. Hier vliegen de beesten op je af, de fuckers. De ergste offenders? Kakkerlakken. Ik dacht de eerste keren “ach, ik jaag die beestjes wel weg door de vriendelijk weg te porren.” NEEN. NIET DOEN. VERMOORD ZE MET WAT JE OOK BIJ DE HAND HEBT. Want ze aanvallen zorgt ervoor dat ze jou aanvallen. Het aantal keren dat ik bestormd ben door kakkerlakken is echt niet meer bij te houden. Bij valavond zitten de fuckers overal op het trottoir (waarschijnlijk door alle slimmeriken die hun spek op de stoep bakken) en die lopen dus niet weg van uw voeten, maar er los onder. Het ergst is echter als je kwetsbaar bent. Naakt in de badkamer bijvoorbeeld. Wat ik echt nooit meer wil meemaken is een kakkerlak die zich vanop de spiegel op mij werpt, die ik langs m’n been voel kruipen tot ik hem er eindelijk afgeslagen krijg. Dit was een exemplaar dat, zonder overdreven, ongeveer even groot was als m’n 2 duimen naast elkaar. En ook nog eens grotere ballen had dan ik, blijkbaar. Ook onaangenaam: ‘s nachts op blote voeten eentje plattrappen. Extreem creepy, vuil en het stinkt. De enige goeie tactiek is met een slipper of sandaal ze platmeppen met de eerste slag. Alle andere tactieken zorgen voor een tegenaanval van de kakkerlak. Deze beesten gaan overblijven na een nucleaire holocaust en dat is fucking slecht nieuws voor alle buitenaardse levensvormen die ooit nog onze planeet bezoeken.

Ook schuldig aan het ‘fuck it ik loop naar die gigantische kerel toe’ gedrag zijn de huishagedissen, maar die zijn gewoon freaky omdat a) je denkt dat het een kakkerlak is door de snelle beweging) en b) ze dat op het plafond doen, ondersteboven. Voor de rest eten ze kakkerlakken op, maar ook muggen en andere insecten die je anders dag en nacht lang prikken en bijten. Ik heb hier al meer insectenbeten opengekrabd dan in m’n hele leven bij elkaar. Sterf, rotmuggen. En neen, ik slaap niet met een muskietennet (ook al heb ik er één mee) want dan voel je de ventilator niet voor verfrissing zorgen. Zie het eerste punt.

De rotdwergen die heel dit land ontworpen hebben

Met alle respect voor de Filipino’s, maar tis een klein volk. Vrouwen boven de 1m60 worden als bovengemiddeld groot gezien, en mannen boven de 1m80 worden beschouwd als goden van een andere planeet. En iedereen verwacht dat je dan ook geweldig bent in basketbal, de nationale sport. Het is logisch dat kleine mensen kleine ruimtes voorzien. Maar als grote mens betekent dat 2 dingen: ten eerste ga je vaak je hoofd stoten, en ten tweede mag je het vergeten om comfortabel te reizen.

Ik heb m’n hoofd al tegen allerlei dingen gestoten. Een kleine opsomming. De luifels van winkels en kraampjes. De staven tegen het plafond om je aan vast te houden op bussen en metro’s. Het dak van een bus (ja, rechtstaand pas ik niet eens in een bus. Imagine that). Ik heb mijzelf al de adem afgesneden aan laaghangende waslijnen. Mijn hoofd gestoten aan de douche hier thuis. Lage plafonds van trappen (verraderlijk omdat het vaak net 1 trap is die je hoofd ertegenaan knalt). Lage deurlijsten. Lage deurlijsten in poorten en hekken. Het dak van jeepneys. Het dak van bussen. Het dak van tricycles. Het dak van gewone auto’s (wel enkel bij in/uitstappen). Kortom: ik heb al meer hersencellen verloren hier dan aan de jarenlange consumptie van alcohol.

Het tweede probleem is voortdurend vervelend.. Alles is te klein qua vervoer. Ik dacht dat het ergste wel geleden zou zijn na de vliegtuigreis (iedereen is wel bekend met het concept ‘geen beenruimte op het vliegtuig’?) maar neen. Het flagrantst is het tot nu toe op de bus geweest. Er was op één van deze bussen gewoonweg GEEN ENKELE manier om m’n benen ertussen te krijgen. De lengte van m’n dijbeen was gewoonweg 5 cm langer dan de ruimte die voorzien was. Dus…benen in het gangpad. Waar mensen stonden. Fijn! Ook jeepneys zijn erg. De meeste jeepneys zijn erg laag (en dus zit ik al ineengedoken) en dan kan ik ook nog eens geen kanten uit met m’n benen. De laadruimte bestaat uit 2 banken tegen de zijkanten van de jeep, dus enkel als er niet al te veel volk in zit heb ik ruimte voor m’n benen. Maar jeepneys worden liefst zo vol mogelijk gepropt, tot iedereen bijna op elkaars schoot zit, dus no fucking chance. Tricycles: dubbelgevouwen en met m’n hoofd half uit de sidecar, lukt het net. Als ik er langer dan een kwartier inzit, ben ik wel het gevoel in m’n benen kwijt voor een uur. Ik ben doodgelukkig dat m’n bed hier een tweepersoonsbed is zonder voeteinde, waardoor ik hier tenminste comfortabel slaap. Dat geluk ik heb niet overal jammer genoeg, dus vaak is ook slapen ongemakkelijk als ik ergens anders ben.

Goed! Blij dat ik eens goed gezaagd heb. Dat was nodig.

Lars heeft geschreven.

Maar niet voor deze blog. Drukke weken gehad, weinig tijd en enkel voor de verkiezingen kwam er iets naar boven van inspiratie. Even een opsomming van de afgelopen week:

Ooit een rivier, een berg of een stuk strand willen bezitten? Welcome to the Philippines!

Privatisering in de Filipijnen: wat met de mensen?

Stop The Killings: Andrea & Diona, een hartverscheurend verhaal.

Lezen die handel! Analfabeten mogen zich verblijden met de plaatjes die ik op m’n facebook gezwierd heb, een terugblik op mijn eerste maand hier: Life in the Philippines (April).

Verkiezingen

Over anderhalve week is het alweer zover. De stembussen gaan open, de kandidaten gaan een laatste keer handjes schudden aan het kiesbureau, de handen van duizenden milidanten kunnen eindelijk herstellen van de liters behangerslijm en de talloze papercuts van verkiezingsfolder. Sta me toe om éénmalig (ok, twee keer, na afloop volgt ongetwijfeld een analyse) erover te posten op m’n blog. Mijn stem ligt via volmacht al vast, maar misschien zijn er nog mensen die twijfelen. En toch ga ik beginnen met een stukje waarin ik vooral geen stemadvies ga geven.

 

Meer dan stemmen

Laten we niet vergeten: een democratie is meer dan verkiezingen. Misschien heb je dat idee niet, als je enkel naar het nieuws of naar de grootste partijen luistert. Neen, in een democratie heeft het volk niet enkel een stem om de 5 jaar in het stemhokje, maar heeft het steeds een stem waarnaar de overheid of de politici horen te luisteren. Maar laten we wel wezen: zullen Kris Peeters, Bart De Wever, Elio Di Rupo of Didier Reynders ook maar iets geven om jouw boze facebookstatus? Weinig realistisch, nietwaar. Er is maar één oplossing om jouw stem te laten weerklinken buiten het kieshokje.

Zou Pic Nic The Streets het Beursplein autovrij (binnenkort) gekregen hebben zonder op straat te komen, ook al was het voor ‘maar’ enkele gezellige zondagnamiddagen? Zou intal de Dexia Holding zo ver gekregen hebben om Dexia Israel af te stoten zonder herhaaldelijk actievoeren? Zouden vrouwen ooit stemrecht gekregen hebben zonder massaal op straat te komen? Zouden arbeiders nu nog steeds 60 uur per week werken zonder stakingen? Voorbeelden genoeg, klein of groot, recent of lang geleden, maar het toont aan dat je organiseren loont. En dat, vrienden, in de ware betekenis van een samenleving.

Dus ga en organiseer je. Ga bij een actiegroep voor dierenrechten, als dat je ding is. Betoog mee voor een overkapping van de Antwerpse Ring, of tegen de uitbreiding van de Brusselse Ring. Als je de Vlaamse onafhankelijkheid echt zo belangrijk vindt, kom daar dan voor op! Niemand heeft ooit iets bereikt door thuis te blijven zitten en kwaad te zijn. Doe iets met de stem die je hebt, ga ermee de straat op en laat hem horen! Want die maar 1x per 5 jaar gebruiken, is gewoon doodzonde.

 

Welk bolletje te kleuren?

De mensen die mij kennen, weten al welk advies ik ga geven, denk ik. Voor mij zijn er momenteel maar twee partijen waarop ik mezelf zie stemmen en beiden zijn linkser dan de sp.a. En alhoewel ik erg veel sympathie voor Groen heb (en hen van harte succes wens met de verkiezingen!), gaat mijn stem naar de PvdA.

Hier, in de Filipijnen, zie ik meer dan ooit dat we nooit in de val mogen trappen van neoliberalisme. Mensenlevens worden erdoor verwoest, armen worden effectief rechteloos en als je meer geld hebt dan je tegenstander, win je ieder geschil (vooral juridisch dan). Tegelijk is men hier bezig om, te midden van alle ellende, de mensen weer hoop te geven. De progressieve beweging doet haar best om de brokken te lijmen, de mensen weer hun waardigheid te geven, hun kleine en grote noden te vervullen via gezondheidsprogramma’s, het voorzien van enkele kleine zonnepanelen zodat er een beetje elektriciteit is, het informeren van mensen inzake hun rechten, kleine landbouwersgemeenschappen toegang geven tot onderwijs, enzovoorts. En ik herken dit bij de PvdA.

Niet enkel strijd de PvdA tegen de neoliberale tendens (notionele interestaftrek, klassenjustitie, sociale afbraak,…), het neemt ondanks het ontbreken van een grote financiële basis ook eigen initiatieven om de bevolking te helpen. Wat denk je anders van Geneeskunde voor het Volk, waar men enkel het remgeld moet betalen om op doktersbezoek te gaan? Zo kunnen in Molenbeek, Schaarbeek, Hoboken, Zelzate, Genk, Luik,… heel wat arme mensen op het einde van de maand toch bij de dokter gaan. Of de actieve jongerenwerking (COMAC), die niet enkel op universiteiten aanwezig is maar ook in de arme Brusselse en Antwerpse wijken actief de dialoog aangaat met jongeren die door de maatschappij uitgespuwd worden en hen terug hoop geeft. Dit zijn jongeren die beter kunnen discussiëren over thema’s zoals racisme of jeugdwerkloosheid dan ikzelf, omdat ze niet enkel goed theoretisch onderbouwd zijn, maar er dagelijks mee geconfronteerd worden. Of denk maar aan de ondersteuning aan talloze burgerinitatieven zoals Ademloos in Antwerpen, of de campagne tegen de GAS-boetes.

Maar wat mij toch vooral overtuigde is: de PvdA wilt niet enkel je stem. De PvdA wilt je mening (kijk maar naar de 42.000 enquêtes die opgehaald werden eind vorig jaar), je engagement, je tijd, je ideeën, enzovoorts. De Partij gaat geen stenen tabletten omhooghouden met daarop gebeiteld hoe het zou moeten zijn, maar gaat in dialoog met haar leden, luistert zowel naar het buikgevoel van de bevolking als naar de meest recente wetenschappelijke studies, en consulteert haar leden over iedere stap van het proces van de vormgeving van het partijprogramma. Het overlegt met de milieubeweging, de vakbonden, de internationale solidariteitsbewegingen, de andere Europese linkse partijen en vormt op basis daarvan een programma dat ten dienste staat van de bevolking. Geen praatjes, geen opruiende taal om je te doen geloven dat ze de waarheid in pacht hebben.

Nog meer motivatie nodig? Wat denk je ervan dat eventuele verkozenen afstand zullen doen van het royale salaris van parlementariërs, en alles wat meer is dan een gemiddeld maandloon voor arbeiders of bedienden zullen aanwenden voor de verdere uitbouw van projecten zoals Geneeskunde voor het Volk? Zij zullen wèl in staat zijn om in te schatten wat voor een verschil 2% op een energiefactuur kan betekenen. Hoe kan je dat verwachten van mensen die op een maandloon van 5.000 euro leven?

En als je daardoor niet gecharmeerd bent, wat denk je dan van de kandidaten? Een pak van hen zijn jong (en dan bedoel ik écht jong, niet zoals andere partijen die iemand van 39 nog als een jongere zien). Wat dacht je van een 21-jarige als lijstrekker in Antwerpen? Wie Jos D’Haese in actie wilt zien kan ik dit filmpje aanraden, met de volgende quote van mijn vriend Itamar erbij: “Whoever read The Little Prince remembers how tiring it can be to explain simple things to grown-ups. For example, how making big corporations pay their taxes can create jobs for youth and improve public services. So on May 25 the Belgians have a chance to kick some of these grown-ups out of the parliament and to get inside someone who understands these simple things and can help making them happen.” In Vlaams-Brabant worden de lijsten getrokken door Sander (26 & Sociaal Werker) en Line (25 en onderzoekster aan de de KUL), beiden jong geweld(ig). Zij weten wat het is om jong te zijn, een job te zoeken na studies, de transitie te maken naar volwassenheid en tegelijk staan ze schouder aan schouder met de arbeiders aan stakingspiketten om naar hen te luisteren, ondanks dat deze soms twee keer zo oud zijn en bedreigd worden door afvloeiingen en brugpensioen. Of Gaby Colebunders en Fred Gillot, lijsttrekkers in Limburg en Luik, die respectievelijk bij de sluiting van Ford Genk en Arcelor Mittal opkwamen voor de rechten van hun collega’s én de collega’s bij de toeleveringsbedrijven. Mannen die, gepokt en gemazeld door een leven als arbeider in zware industrie, de basisrechten van de werkmens in het parlement willen verdedigen.

Maar mijn absolute favoriet is toch wel Tim Joye, net zoals ik 24 lentes jong en lijsttrekker voor het Europees Parlement. Tim heb ik leren kennen bij Geneeskunde voor de Derde Wereld en intal, toen ik er mijn stage deed enkele jaren geleden. Hij, student geneeskunde (nog steeds trouwens), was vrijwilliger en ging onder andere mee naar het congres van de People’s Health Movement om de stem van de Belgische jeugd te vertegenwoordigen. Ook werkt hij als stagiair én vrijwilliger bij Geneeskunde voor het Volk. Ergens ben ik jaloers dat ik niet even ver sta, want van de dossierkennis en passie van Tim kan ik nog heel wat leren… Stem Tim in het Europees Parlement, zou ik zo zeggen. Die oudemannenclub kan best wat jong geweld gebruiken.

 

Laat je niet vangen

Maar toch. Als je denkt dat jouw stem op een andere partij het verschil gaat maken in dit land, ga ervoor. Maar herinner hen, als ze in de regering zitten, aan hun beloftes. Laat je stem horen, wijs heb op tegenstrijdigheden en wijs hen op hun plicht om voor het land, de bevolking en de komende generaties te zorgen. Vooral sp.a en CD&V hebben niet meteen de beste voorgeschiedenis inzake uitvoeren wat er beloofd werd. De afgelopen jaren werden we als bevolking door alle machtspartijen (de N-VA heeft er, de coalitie met CD&V niet eens meegerekend, al 5 jaar Vlaamse regering opzitten, laten we dat niet vergeten) zwaar in iedere mogelijke opening genomen. De enigen die beter geworden zijn van het beleid zijn degenen die al rijk waren, hoe absurd is dat? Een absurd slecht beleid als het op toekomstgerichtheid aankomt, dat is al wat we gekregen hebben. Geen visie inzake milieu, duurzaam werken, herverdeling van rijkdom of andere tbeleidshema’s die de generaties na ons zullen voelen. Het zal nog een paar decennia sucken om jong te zijn, als het zo verder gaat….

Ziek zijn is kut. De overheid is kut. Het weer is kut. Maar alles gaat wel.

Dag vrienden!

Bij deze nog een korte update. Het is heel druk geweest sinds ik terug ben uit de Cordillera, met 2 Obama-betogingen (Artikel op intal, fotoreeks 1, fotoreeks 2), Labor Day (Fotoreeks) en 3 verschillende betogingen op 5 mei (fotoreeks 1, fotoreeks 2, fotoreeks 3). Tussendoor ook een filmpje gemaakt voor Geneeskunde voor de Derde Wereld. En tussendoor ook ziek geweest.

Op de eerste dag van de Obama betogingen had ik a) te weinig geslapen (een halve rustdag was te weinig) en b) heb ik veel te lang in de zon gestaan, met als gevolg zonnebrand op hoofd en armen en brandwonden op m’n borstkas (ik had een hemd aan met een open knopje. Not the best idea I’ve ever had.). De dag nadien ben ik halfdood gegaan van een zonneslag (mijn lichaam was helemaal ontregeld, en ik kon geen water meer opnemen zonder het gevoel te krijgen dat ik moest overgeven) op de tweede dag van de Obama-betogingen. Ik heb dan een rustdag ingelast maar die werd mooi ingepalmd door een snotvalling, waardoor ik de dag nadien op de 1 mei-betoging opnieuw het gevoel had dood te gaan. Ik heb besloten om vroeger naar huis te gaan om te bekomen, de dagen nadien heb ik gerust. Op de 5e mei was het een drukke dag met 3 verschillende betogingen, maar ik ging er goed mee overweg tot ik 2 dagen later opstond met een miserabel gevoel van energieloosheid. Fijn hoor.

Hoe komt dit allemaal? Het grote probleem is het weer. Zelfs de Filipino’s klagen steen en been over de ondraaglijke hitte, en het record voor warmste dag ooit in Manila wordt dag na dag benaderd (het ligt op 39° en we zitten nu al twee weken tussen de 35° en 37°, gemeten in de schaduw). Nodeloos om te zeggen: het is een zware dobber om te verwerken, en zelfs rusten is moeilijk. Deze ochtend heb ik een afspraak moeten afzeggen omdat ik me dus rotslecht voelde, om nadien wat te slapen. Maar doordat het al na 8u was, werd het heel snel heel warm waardoor je dus probeert te slapen in een poel van eigen zweet, ondanks de twee ventilatoren die op me gericht zijn. Combineer dat met hoge luchtvochtigheid (moeilijke verdamping) en je komt aan een extreem ongemakkelijk klimaat, vooral als je als bleke Belg niet tegen de zon kan.

Maar toch moet ik vooruit. Morgen (8 mei) vertrek ik naar Southern Tagalog, het zuidelijke deel van Luzon, wat eigenlijk heel de regio is ten zuiden van Manila. Ik krijg er een exposure van 2 weken bij de lokale afdeling van Bayan, waarbij ik onder meer bij de boeren op Hacienda Looc ga, bij de arbeiders in één van de grootste industriezones van het land en waar ik een actieve vulkaan (Mt. Taal) ga knuffelen. Oh yeah. Mijn nieuwjaarsresolutie staat in mijn programma.

Overigens de laatste tijd ook steeds vaker geconfronteerd geweest met de overheid. Op Cordi Day was de weg al afgezet door zogezegde wegenwerken (een hoop aarde die de weg blokkeert) en bij het verlaten moesten we langs de politiepost, waar een luie beambte foto’s nam van iedereen die passeer. Op de nogal betogings-intensieve periode die erop volgde, werd het steeds erger. Op de Obama-betoging werden ik en een vriend uit Fiji gefotografeerd door de dienst immigratie, maar zijn medestanders erin geslaagd om het geheugenkaartje te wissen. Maar op de 5e had ik echt prijs: een undercover politieagent zat met een telelens close-ups te nemen van m’n gezicht, ondanks m’n paraplu. Reden genoeg voor Renato (Secretaris-Generaal bij Bayan) om uit z’n vel te springen, de man weg te jagen en hem te trakteren op een aantal closeups van z’n middenvinger. Later op de dag waren er echter een heel aantal politiebeambten (in functie) bezig met de hele betoging aan het Huis van Afgevaardigden te fotograferen, dus daar sta ik prominent op beeld. Het probleem? Als buitenlander is het de facto verboden om deel te nemen aan interne politieke aangelegenheden. Dit is niet wettelijk geregeld ofzo, maar als je visum niet verlengd om een of andere reden zit je uiteraard met een probleem. Mijn visum (2 maand) verloopt de 25e, dus enkele dagen daarvoor zal ik al weten hoe de vork in de steel zit. Worst Case Scenario: ze pakken me op en deporteren me…gezellig land, toch? Fingers crossed dus en als het nodig is, maak ik er wel een heus diplomatiek incident van.

Cordillera Day (Deel 2)

Om mijn verslag van Cordillera Day af te sluiten: een verslag van de workshops en dergelijke!

De workshops vonden plaats op donderdag. Oorspronkelijk zou de workshop voor de internationale afgevaardigden een hele dag duren, maar last minute werd er beslist om ze enkel in de namiddag te houden. De meeste IP’s uit het buitenland hadden namelijk al heel veel tijd met elkaar doorgebracht, omdat ze al een congres in Sagada (Mountain Province, een goeie 4u van Tabuk verwijderd) hadden gehad en dus graag eens een ander onderwerp wouden aansnijden.

Workshops

Ik koos voor de workshop mensenrechten, die verreweg het populairst was. Om eerlijk te zijn: een beetje een saaie workshop, al was het maar omdat alle mogelijke soorten mensenrechten in detail werden uitgelegd. Het is anderzijds wel opmerkelijk om te zien dat voor de lokale bevolking heel veel van die mensenrechten helemaal niet gekend zijn. De overheid laat hen namelijk geloven dat ze niet het recht hebben om zich te verenigen, om te protesteren, om hun mening te uiten, om zich geweldloos te verzetten tegen de overheid. Ook werd de toenemende militarisatie behandeld. Deze wordt concreet uitgevoerd door het Oplan Bayanihan: een plan dat de regering-Aquino dat verkocht wordt als een ontwikkelingsplan, maar vooral inhoudt dat het leger meer greep krijgt op de rurale gebieden. Het gaat als volgt: de regering investeert in sociale/medische voorzieningen zoals scholen of ziekenhuizen, en het leger maakt onderdeel uit van de deal doordat er een bataljon mee intrekt. Ironisch genoeg houdt de overheid zich enkel bezig met infrastructuur, en is het enige personeel dat ze voorzien is…het bataljon. Leerkrachten, dokters, gezondheidswerkers? Niet nodig blijkbaar. Dat er een probleem is in de regio, werd pijnlijk onderstreept. Zowel 3 leden van de Ligiw-familie als William Bugatti, allen actief bij de CPA of onderorganisaties, werden in maart vermoord door paramilitaire entiteiten…

Na de middag nam ik dan deel aan de internationale workshop. Eerst werd er een omkadering gegeven van de situatie van IP’s aan de hand van een evaluatie van de economische crisis. IP’s, die vaak wonen in grondstofrijke maar onontgonnen gebieden, worden als gevolg van de crisis namelijk steeds vaker geconfronteerd met multinationals die hun gebied opkopen van de overheid, lokale bewoners verjaagt of hun leefmilieu vervuilt. Olie- en ertsontginning hebben extreem vervuilende effecten op de omgeving, dammen vernietigen leefgebieden en boskap of landroof zijn een bedreiging voor de voedselvoorziening. Ondanks de grote verscheidenheid kwamen de verhalen van de sprekers grotendeels overeen: de lokale cultuur en levensstijl wordt niet zomaar bemoeilijkt, maar actief tegenwerkt door overheden en bedrijven. Tegelijk strijden veel IP’s voor zelfbeschikkingsrecht en autonomie voor hun regio, waardoor ze vervolgd worden door overheden. Het verhaal van Fernando uit Panama was dan ook een verademing: zijn stam, de Kuna, heeft na een revolutie in 1925 zelfbeschikkingsrecht weten te bekomen en beslist autonoom en collectief over het al dan niet samenwerken met de overheid, bedrijven en andere actoren die belangen hebben in het gebied van z’n stam.

IMG_0576
Jude (CPA) legt uit waarom militarisatie van gemeeschappen mensenrechten schendt
22 item(s) « 1 of 22 »

Op vrijdag was het de beurt aan een lange dag vol speeches en conclusies. Er kwamen een hele hoop solidariteitsboodschappen aan bod (ik werd gevraagd om de boodschap van BAYAN Europe voor te lezen), de conclusies van de workshops en ook een hele reeks culturele elementen. Hierover meer hieronder. En op zaterdag nam ik nog deel aan een afrondende discussie tussen de internationale afgevaardigden, maar het betrof vooral zaken voor IP’s dus dat was iets minder boeiend voor mij.

Theater & Rituelen

Eén van de zaken die veelvuldig aan bod kwam, was theater. De jongeren van de stammen staken elk een stuk in elkaar over de moeilijkheden waarmee ze te kampen hebben, en dan heb ik het niet over een toneeltje van 5 minuten. Neen, dit zijn echt volwaardige stukken met verschillende scenes, een verhaallijn, stukken zang en muziek in verweven, dans, ingewikkelde choreografieën en een duur van minstens een kwartier. Wegens batterijproblemen heb ik van slechts eentje foto’s kunnen nemen en een tweede kunnen filmen, maar het toont volgens mij genoeg het inlevingsvermogen. Soms kreeg ik, ondanks dat ik er niks van verstond, kippenvel. Heel sterk geacteerd, met andere woorden!

Vrijdag werden er ook twee rituelen gehouden. Het eerste kaderde in de workshop die de stamoudsten gehouden hadden. Ze kwamen tot de overeenkomst om samen te werken om de op til staande plannen van energiegigant Chevron te blokkeren. Om dit te bezegelen werden de nationale en internationale afgevaardigden uitgenodigd om als getuigen te fungeren. Hoe doen we dat? Alcohol is the answer. Twee jerrycans rietsuikerwijn van 8 jaar oud werden bovengehaald en we mochten allemaal drinken. Ik wist dat al die jaren in een studentenkring me nog iets zouden bijbrengen. Ohja: als iemand het pact schendt, zal hij gestraft worden door de goden, of iets in die aard. Er zal niets anders opzitten dan me te verzetten tegen de exploitatie van de Cordillera door Chevron!

Ook de slachtoffers van mensenrechtenschendingen werden niet vergeten. Om hen te eren, kreeg iedereen een stukje dennenhout. De familieleden van slachtoffers staken een kampvuurtje aan en hadden zelf brandende stukken hout vast. Symbolisch ging iedereen z’n stukje hout aansteken bij deze mensen, om het daarna op het kampvuur te werpen. Een heel speciaal moment, eigenlijk.

IMG_0674
Toneel van de groep uit Baguio.
19 item(s) « 1 of 19 »

 

Evaluatie

Wat vond ik nu eigenlijk van Cordi Day? Na een paar dagen is het makkelijker om aan te geven wat ik van vond. Over het algemeen was het zeer de moeite: ik heb genoten van de sfeer, de motivatie en passie waarmee de mensen uit de Cordillera hun activisme beleven, de cultuur, het fan-tas-ti-sche landschap, de frisse lucht, de gematigde temperaturen. Als er dan toch enkele minpuntjes mogen genoemd worden: de vertaling was wisselvallig van kwaliteit (en soms waren de vertalers iets te veel afgeleid…), de toileten en de badkamer was gewoonweg te klein voor mij en was het nu echt nodig om de festivallocatie bovenop een berg plaats te laten vinden? Heel vermoeiend hoor :) Neen, het gaf me inspiratie maar tegelijk was het ook frustrerend: het probleem van de IP’s is zeer boeiend, niet enkel in de Filippijnen , maar ik heb gewoonweg niet de tijd en mogelijkheden om me er verder mee bezig te houden tijdens mijn verblijf hier. Net zoals bij mijn eerdere exposure bij de gezondheidssector: even proeven, en dan naar het volgende gerecht. Maar telkens heb ik zin in meer. Het zal nog moeilijk worden om te beslissen waar ik me verder mee bezig zal houden…

Overigens heb ik een hele hoop filmpjes, maar is mijn connectie hier te slecht om ze te uploaden. Binnenkort eens proberen op de office. En hier nog wat random foto’s die ik nergens bij kon plaatsen:

IMG_0592
11 item(s) « 1 of 11 »

Cordillera Day (deel 1)

Dag liefste lezers!

IMG_0587

Alweer tijd voor een blogstukje. De tijd staat niet stil en sinds ik terug ben van de Cordillera, heb ik a 2 betogingen meegedaan en een zonneslag, zonnebrand en verkoudheid opgelopen. Maar aangezien ik niet wil dat ik achterloop met mijn schrijfsels, alvast deel 1 van mijn verslag van de reis naar de Cordillera.

Wat is de Cordillera? Het is een bergketen (oud-vulkanisch) in het Noorden van de Filippijnen. Er wonen ruim een miljoen mensen, waarvan het grootste deel in Baguio (een populaire zomerbestemming voor de Filipino’s wegens het gematigde klimaat). Wat belangrijker is: een deel van de bevolking ziet zichzelf nog als Indigenous People (IP’s), onderhoudt nog eeuwenoude tradities en verwerpt een groot deel van het hedendaagse leven. In de jaren 70 was er, toevallig vlakbij waar ik ben geweest, een plan om een dam te bouwen in de Chico River. Deze zou weliswaar veel elektriciteit opwekken, maar ook grote delen van de vallei onder water zetten, de levenswijze van de IP’s in de streek bedreigen en een ramp voor de natuur betekenen. Er werd dan ook actie ondernomen  en de verschillende stammen van het gebied verenigden zich in de Cordillera’s People Alliance (CPA). De dam werd niet gebouwd, en de CPA focuste zich op verschillende nieuwe bedreigingen voor de levenswijze van de IP’s in het gebied, en in andere streken van de Cordillera.

Dit jaar was het de 30e editie van het Cordi Day festival, dat de bedoeling heeft om de stammen te verenigen, contact te leggen met andere actoren en om de tradities in stand te houden. In dit eerste deel zal ik het hebben over de reis naar Cordi Day en over hoe het was om daar te verblijven. Morgen komt er een meer ‘politiek’ stuk met de inhoud van de workshops die ik gevolgd heb.

Reizen

Iets wat ik steeds vergeet, is hoe gigantisch de Filippijnen zijn. Ik heb nu gereisd van centraal Luzon (het noordelijke eiland) naar Noordelijk Luzon (maar nog steeds niet naar meest noordelijke deel) en daar heb ik 11u over gedaan, alleen al om van Manila naar Tabuk te raken in een mini-van. We zijn vertrokken na 10u ‘s avonds en kwamen toe rond 9u ‘s ochtends, om daar te ontbijten. Nadien ging het met een Jeepney naar de vallei van de Chico River, waar we 3u door nauwe bergpassen manouvreerden. Fijn details: de jeepney zat propvol en er zat nog eens 10 man op het dak. Eenmaal aangekomen bleek dat de weg versperd was: onder het mom van ‘wegenwerken’ had de overheid een gigantische hoop aarde op de weg gegooid. Oplossing: 1 uur hiken, steil bergop. Eerst 45 minuten naar de barrio (het dorpje), en dan nog eens 15 minuten verder naar de kampeerplaats. Ik had er stevig de pas in gezet en dat was een goeie keuze: enkele van de mensen die het langzaamaan deden, hebben een zonneslag opgelopen. Hieronder wat foto’s van de trip:

IMG_0537
Ik ben beroemd in de Filippijnen
15 item(s) « 1 of 15 »

Het leven

Ik zou 4 dagen doorbrengen op het terrein. Woensdagnamiddag toekomen (met een beperkt avondprogramma, waaronder een mis), donderdag & vrijdag workshops met een avondprogramma en zaterdagochtend vertrekken. Uiteindelijk bleek dat ik op zaterdag nog moest deelnemen aan een bijkomstige workshop voor de internationale afgevaardigden. Wat opviel: de ‘westerlingen’ waren zwaar in de minderheid. Naast mezelf was er een Nederlandse studenten antropologie, een Brit, een Australië, enkele Amerikanen en enkele Canadezen. Daartegenover stond een grote afvaardiging van IP’s uit andere delen van de wereld: Panama, Ecuador, Maleisië, Nepal, Bangladesh, Cambodja, India, Thailand, Fiji en Kenya. En ik vergeet er dan misschien nog enkele…mijn excuses. En er waren ruim 1500 Filippino’s, het leeuwendeel IP’s.

Eenmaal aangekomen wouden we de tent opzetten. Ik had een 1persoonstent mee van Bayan, maar uiteindelijk heb ik geruild met iemand anders. Er werd namelijk streng op toegezien dat mannen en vrouwen apart sliepen, en dus heb ik mijn tent afgestaan voor Emily, een Amerikaanse die eerst had gepland in de 8-persoonstent met haar vriendje en een vriend te slapen. Uieindelijk kwam er bij ons 3 nog een Canadees liggen, Ben. Nadat de tent was opgezet wouden we ons wassen….we hadden gehoord van een ‘Holy Spring’ in het dorp, en we waren dan ook vol verwachtingen. Een meertje, een waterval, eenders wat zou heerlijk zijn. Maar het bleek te gaan om een klein stroompje dat uit een bamboestam tevoorschijn kwam. Niet echt indrukwekkend, want we hebben er zwaar voor onderhandeld om te mogen gaan én het was 15 minuten stevig hiken om er te raken. Maar het moet gezegd worden: het uitzicht was er fenomenaal.

Aangezien we een stuk noordelijker zaten dan Manila, en hoger in de bergen, was het er frisser. Overdag was het heet en brandde de zon ongenadig hard, maar ‘s nachts koelde het lekker af tot een comfortabele 20-22 graden. Heerlijk na enkele weken Manila, waar de temperatuur nooit onder 30 graden zakt. Ook heerlijk was het water: rechtstreeks met een systeem van slangen en bamboestammen vanuit een bron, lekker fris en heerlijk van smaak. Een verademing na het chloorwater dat hier uit de kraan loopt, en ook nodig: ondanks de temperaturen voel je dat je op hoogte zit, en dus blijft het noodzakelijk om veel te drinken. Het toilet en de badkamer waren gebouwd uit bamboe en dekzeilen, maar ik heb ze eigenlijk niet gebruikt: vééééél te klein voor mij…

En dan, het eten. Veel rijst. Heel veel rijst. Ik wou geen rijst meer zien na afloop. Bij het ontbijt kregen we er een tomaatje en 2 gezouten visjes bij, bij lunch en avondmaal was het vergezeld door vers geslacht varken (en op vrijdag een Carabao) en een beetje groentjes, en een soep van het kookvocht van het varken en wat groentjes.. Ik was één van de weinige internationale afgevaardigden die het het heeft volgehouden, de meesten zijn overgeschakeld op vegetarisch omdat ze meer groentjes wouden ipv het vlees én om de ellenlange wachtrij over te slaan. Ohja, de varkens werden om 5u ‘s ochtends geslacht. Vlak bij onze tent. Slechtste alarmklok ooit.

Eén van de zaken die vaak aan bod kwam, was het traditionele gong-spelen. De elders (stamoudsten) nemen elk een gong, kiezen een ritme en slagen er in om een vreemde hypnotische melodie op gang te brengen, terwijl ze een soort van trage dans leiden. Dan komen de vrouwen (en af en toe andere mannen erbij) om mee te dansen, op het tempo van de muziek. Fascinerend om te zien, en ik heb 1x mee gedanst: niet te moeilijk, maar als je er te veel over nadenkt verlies je het ritme of de passen. Gewoon in de flow gaan.

Leuk was ook de culturele avonden. En als gast, wordt er verwacht dat je ook iets deelt. Ik wist het gelukkig (de meeste afgevaardigden niet) en had m’n codex mee…ik kan dus zeggen dat ik voor een publiek van 600 man helemaal allen Chanson du Roi Albert gebracht heb. Best wel een cool gevoel, absoluut één van de grootste rushes van m’n leven. Voordien had ik een solidariteitsboodschap gebracht, zonder voorbereiding. Het is redelijk makkelijk als je gewoon weet welke termen te gebruiken :)

Foto’s:

IMG_0561
Warm pigs
40 item(s) « 1 of 40 »

Morgen dus nog een verslag!

 

 

Gone for Cordi Day!

Dag vrienden!

De komende dagen zal ik niet in Manila zijn en niet over internet beschikken. Ik ga naar de Cordillera (een bergketen in het noorden van de Filipijnen) voor Cordillera Day, een politiek-cultureel volksfeest van de indigineous people (volksstammen dus). De IP’s strijden al 50 jaar lang tegen de uitbuiting en vervuiling die de mijnbouw in hun streek veroorzaakt, onder meer door het bouwen van dammen en het verjagen van stammen van hun gebied. Het is een volksfeest dat 2 dagen duurt (met 1 dag van aankomen en tenten opzetten enzo), met een reistijd van 2x 12u. Ik zal dus even onderweg zijn :)

Een héééééél goed boek is De Filipijnen van Joris Smeets (EPO), die schrijft over de mensenrechtenschendingen en de moord op één van de vrienden die hij ter plekke gemaakt heeft. Te verkrijgen bij EPO. Mijn exemplaar is al uitgeleend maar nog niet uitgelezen (Iemand weet dat ze zich ermee moet haasten…kuch ;)).

Tot zaterdag/zondag! Geen idee wanneer ik terug ben. Ook geen elektriciteit of wifi dus ik kan niks herladen, mijn Filippijnse GSM zal het wel volhouden maar mijn Belgisch nummer zal ik slechts sporadisch aanzetten.

Ohja: miniblogje geschreven voor intal gisteren :) klik!